Gezin, jeugd en onderwijs

Waar staat de ChristenUnie voor?
Kinderen en jongeren hebben de toekomst. De gemeente Twenterand moet daarom inzetten op veilige gezinnen, veilige scholen en veilige buurten. De ChristenUnie wil dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben die zoveel mogelijk dicht bij huis en school kunnen krijgen en dat de zorg past bij de identiteit van het gezin.

4.1 Zorg voor kinderen en jongeren

Investeren in gezinnen
Het is hoog tijd om meer aandacht te besteden aan sterke en liefdevolle gezinnen. De ChristenUnie wil dat stellen met kinderen tools aangereikt krijgen om te kunnen bouwen aan hun relatie en aan het ouderschap. Zo moet de geboortezorg niet alleen gericht zijn op de lichamelijke voorbereiding op de komst van een kindje, maar ook op de mentale voorbereiding. Onderzoek laat zien dat voorlichting en begeleiding positief werken tegen stress in de relatie. Een kind is het beste af als de ouders het samen goed hebben, daarom willen we ouders ondersteunen door ouderschapscursussen via consultatiebureaus aan te bieden. 

In de huidige cultuur zijn de verwachtingen van relaties hoog en tegelijkertijd is trouw in relaties niet vanzelfsprekend. De afgelopen decennia is het aantal echtscheidingen en verbroken relaties fors toegenomen. Voor kinderen is de echtscheiding van hun ouders vaak bijzonder ingrijpend. Steeds meer raken we hiervan doordrongen, zeker als we de verhalen horen over pijnlijke vechtscheidingen. Inzet op ondersteuning en preventie bij relatieproblemen is nodig omdat daarmee kinderen in hun kwetsbare positie worden beschermd en veel relatieleed voor ouders wordt voorkomen. Meer aandacht in de prenatale voorlichting voor psychosociale aspecten en veranderingen in de relatie als gevolg van het vader- en moederschap.

Met professionals uit het veld ontwikkelt de gemeente preventief (v)echtscheidingsbeleid, allereerst gericht op het laagdrempelig en vrijwillig versterken van relaties van alle ouders in Twenterand, maar daarnaast ook op tijdige hulp als een scheiding onvermijdelijk is.
Ouderschapscursussen en informatie over relatieondersteuning moeten laagdrempelig beschikbaar zijn. 

Effectieve ondersteuning
Door de jeugdzorg te decentraliseren heeft het Rijk het vertrouwen uitgesproken in gemeenten dat zij samen met de jeugdzorgaanbieders de jeugdhulp kunnen organiseren. Om de transformatie te laten slagen zal er verder ingezet gaan worden op preventie en vroegsignalering, zodat kinderen eerder worden ondersteund en geholpen. Want ouders en kinderen zijn erbij gebaat als op het juiste moment de juiste zorg beschikbaar is. Zo licht of zo zwaar als nodig is. Hiervoor is nodig dat de zorgvrager, het gezin, samen met de omgeving en professionals een plan maakt. 

In het hulpverleningstraject willen we namelijk de eigen kracht en de netwerken van gezinnen inzetten en versterken.
Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor alle kinderen en ouders die ondersteuning nodig hebben. Om snel hulp te kunnen aanbieden is het belangrijk om de zorg dichtbij plekken te organiseren waar kinderen verblijven. Dit kan door het onderwijs samen met jeugdzorg arrangementen te laten ontwikkelen of de jeugdzorg op scholen spreekuren te geven. De ChristenUnie pleit ervoor expertise in de kinderopvang of school te halen. Zo wordt ingezet op preventie en wordt voorkomen dat op termijn doorstroming naar duurdere en zwaardere vormen van zorg nodig is. Tegelijkertijd ondersteunt het de leerkracht die met zijn of haar zorgen over een kind, samen met de ouders, terecht kan bij een professional, die de zorg overneemt. 

De ChristenUnie wil extra investeren in pleeggezinnen, gezinshuizen en steungezinnen om het aantal uithuisplaatsingen en opvang in instellingen terug te dringen en zwaardere hulpverleningstrajecten te voorkomen.

  • Multi-probleemgezinnen zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin betrokken hulpverleningsinstanties nauw samenwerken en daarbij is de aanpak van één gezin, één plan, één coördinator belangrijk.
  • Inkoop van jeugdhulp gebeurt niet alleen op prijs, maar vooral op kwaliteit en aansluiting bij identiteit.
  • Ouders/gezinnen worden actief gewezen op de mogelijkheid om via een PGB identiteitsgebonden of specialistische zorg in te kunnen kopen als de gemeente deze zorg niet heeft ingekocht.
  • Kinderen, jongeren, ouders en scholen worden betrokken bij een integrale visie op jeugdhulp.
  • Jongeren die mantelzorger zijn worden optimaal ondersteund vanuit de Wmo, zodat zij gewoon naar school kunnen gaan en vrije tijd hebben.
  • Gemeente onderzoekt of steungezinnen of buurtgezinnen een aanvulling kunnen zijn op de jeugdhulp en ondersteunt de werving.
  • Om gezondheidsproblemen tegen te gaan en het (sociaal) welzijn te bevorderen, zorgt de gemeente ervoor dat ieder kind de mogelijkheid krijgt om te sporten.
  • Voorlichting over digiveiligheid op scholen en aan ouders. Kinderen bewust en veilig leren omgaan met internet en sociale media.
  • Het stimuleren en bevorderen van psychische gezondheid bij kinderen en ouders, extra inzet op het voorkomen van depressies en suïcide onder jongeren.
  • De gemeente zorgt, samen met de zorgpartners, voor continuïteit van zorg en ondersteuning als jongeren in de jeugdzorg 18 jaar worden. 

Kindermishandeling en Huiselijk geweld
Kinderen hebben het recht om veilig te zijn, om beschermd te worden tegen kindermishandeling. De gevolgen van mishandeling zijn groot. Daarom is het belangrijk dat er extra wordt ingezet op het voorkomen, signaleren en stoppen van kindermishandeling.
Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, moet laagdrempelig bereikbaar zijn en bekend bij alle inwoners van de gemeente Twenterand. Voor slachtoffers van huiselijk geweld moet er passende, hulp en/of een veilige opvang zijn. Opvang het liefst op een plek waar alle hulp onder een dak geboden kan worden. De registratie bij Veilig Thuis en bij de politie moet zo zijn dat het duidelijk is welke vorm van huiselijk geweld er speelt. Zo kan er snel passende handhaving en zorg ingezet worden. 

4.2 Onderwijs

Voor kinderen en jongeren is het onderwijs een belangrijke plek. Het is een plek waar ze zich verstandelijk en sociaal ontwikkelen en waar ze andere kinderen en jongeren ontmoeten. De ChristenUnie is voor de vrijheid van onderwijs. Ouders moeten, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen, kunnen kiezen voor een school die aansluit bij de eigen waarden, identiteit en idealen. De gemeente moet de diversiteit van scholen op levensbeschouwelijke en pedagogische gronden respecteren.
Al het onderwijs is bijzonder. De scholen in Twenterand zijn niet van de gemeente, maar van de samenleving. De gemeente en het onderwijs delen wel de maatschappelijke opdracht om kinderen en jongeren zich optimaal te laten ontwikkelen. In onze gemeente biedt het onderwijs gelijke kansen voor alle leerlingen, onafhankelijk van de wijk waarin een school staat of van de financiele situatie van ouders.
De onderwijsbesturen zijn verantwoordelijk voor Passend Onderwijs. Het is heel belangrijk dat Passend Onderwijs, preventie en jeugdhulp goed
op elkaar afgestemd worden en dat gezamenlijk
datgene georganiseerd wordt wat voor die bepaalde school nodig is. Zo wordt de professionaliteit van scholen en samenwerkings- verbanden benut. Denk aan het integraal indiceren. 

Voor het versterken van preventie en vroegsignalering werkt de gemeente zoveel mogelijk faciliterend samen met professionals in het onderwijs en in de vroeg- en voorschoolse voorzieningen. Kleine scholen zijn vaak scholen die sterk geworteld zijn in hun omgeving. De ChristenUnie heeft zich zowel op landelijk niveau als op het niveau van de gemeenten altijd ingezet voor kleine scholen. Dat blijft de ChristenUnie in de komende tijd doen. Er is een sterke tendens in de samenleving om kinderen eerder te laten beginnen met leren. De ChristenUnie vindt dat dit een keuze is van ouders zelf. In het geval er sprake is van (taal)achterstanden wijzen consultatiebureaus ouders actief op de mogelijkheden van Vroeg- en voorschoolse voorzieningen. 

De toenemende trend om onderwijsinstellingen en kinderopvang samen te voegen tot Integrale Kindcentra (IKC’s) biedt aan de ene kant kansen om kinderen vanaf heel jong een doorlopende leerlijn aan te bieden. Tegelijk mag lokale of regionale samenwerking geen inbreuk vormen op de autonomie van besturen en de identiteit van scholen. Vrijheid van onderwijs vraagt een terughoudende overheid. Samenwerking is goed, samenwerking afdwingen niet. 

Helaas ontstaan er regelmatig problemen bij de overgang van kinderen en jongeren van de ene naar de andere vorm van onderwijs. Om die reden stimuleert de gemeente, met oog en waardering voor de eigenheid en identiteit van scholen, samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen en het onderwijs, maar ook de samenwerking tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs en het onderwijs dat daarop volgt. Zeker als het gaat om kwetsbare jongeren. Dit kan door bijvoorbeeld de inzet van vrijwillige mentoren. 

Daarnaast wil de ChristenUnie dat onderwijs, overheid en arbeidsmarkt meer gaan samenwerken. Dat kan door actief de samenwerking te zoeken, maar bijvoorbeeld ook door dat de gemeente in haar aanbesteding aan plaatselijke aannemers de eis stelt dat stageplekken worden mogelijk gemaakt.
Kinderen en jongeren moeten naar school. De gemeente zet daarom maximaal in op het voorkomen van schooluitval. Zoveel mogelijk jongeren uit al onze kernen halen hun startkwalificatie. 

  • De ChristenUnie wil dat de gemeente binnen de arbeidsmarktregio inzet op een goede aansluiting van het onderwijs, overheid en het bedrijfsleven in gemeente Twenterand. Hierbij vooral aandacht voor arbeidsmarktrelevante vmbo- en mbo-opleidingen.
  • In onze gemeente krijgen kwetsbare jongeren de juiste begeleiding naar een waardevolle plek in onze samenleving.
  • De ChristenUnie wil dat er bij huisvesting van onderwijs aandacht is voor duurzaamheid en een goed binnenklimaat en bevorderd dat scholen hier actief mee aan het werk gaan.
  • Extra aandacht en afstemming tussen gemeente en onderwijs met betrekking tot het aanbieden van cursussen voor jongeren die de overstap van po naar vo moeten maken. Bijvoorbeeld de training Bikkels.
  • Extra aandacht voor huiswerkbegleiding. Bijvoorbeeld door het inzetten van studenten.